Home / Tips

Tips

Hulp vragen? Zo doet u dat.

1. Bepaal eerst welke hulp of ondersteuning u nodig heeft.
Boodschappen doen? Vervoer naar de fysiotherapeut? Hulp in het huishouden? Klusjes in de tuin? Hulp bij geld- en belastingzaken? Wat extra zorg? Of gewoon af en toe een uurtje gezelschap?
2. Bedenk wie in uw omgeving u zou kunnen helpen.
Familie, vrienden, buren of kennissen. Vaak zijn zij best bereid u te helpen. Of misschien kennen zij mensen die hulp willen bieden. Heeft u iemand op het oog? Nodig hem of haar dan thuis uit. Leg uw situatie uit en maak duidelijk naar welke hulp u op zoek bent. Ook kunt u hulp vragen bij vrijwilligers- of mantelzorgorganisaties.
3. Bedenk ook of u iets terug kunt doen.
Stel dat u zelf geen boodschappen kunt doen en daar hulp bij krijgt van mensen uit uw omgeving. Misschien kunt u iets terugdoen. Iets waar ú goed in bent. Administratieve klusjes, naaiwerk, oppassen op de (klein)kinderen of het bakken van een lekkere appeltaart.

Hulp geven? Zo doet u dat.

1. U wilt iets voor een ander doen.
Familie, vrienden, buren of kennissen, er is altijd iemand in uw omgeving die een helpende hand kan gebruiken. Belangrijk: denk óók aan het helpen van iemand die (deels) zelf zorgt voor zijn of haar partner of familielid (een mantelzorger). Deze mensen hebben thuis vaak een zware taak en kunnen uw hulp en steun goed gebruiken.
2. Bedenk welke hulp u zou willen geven.
Boodschappen doen? Vervoer naar de fysiotherapeut? Hulp in het huishouden? Klusjes in de tuin? Of iemand gewoon af en toe een uurtje gezelschap houden? Bedenk dat mensen soms niet om hulp durven te vragen. Zelf hulp aanbieden is dan een belangrijke eerste stap.
3. Kent u niemand die hulp nodig heeft?
Ook in bijvoorbeeld verzorgings- en verpleeghuizen, instellingen voor mensen met een beperking, wijk- en buurtverenigingen, de kerk of moskee of bij de sportvereniging wordt uw hulp op prijs gesteld. Sluit u daarvoor aan bij een vrijwilligers- of mantelzorgorganisatie. Vraag ernaar bij uw gemeente.
JEUGD

‘Ik heb mijn broer gevraagd, met hem kan ze goed praten’ lees meer
ZORG

‘Ik spring bij in de huishouding en help hem met zijn computer’ lees meer
WERK

‘Een vriend gaf me het duwtje dat ik nodig had’ lees meer